HomeOver onsFoto's voertuigen en TM'sAble's echelons perikelenDe eenhedenwebalbums en filmsDiverse verhalenLinks handelarenContact ons
ABLE COMPAGNIE
The mighty ones
Duitse inval
B17 Rose 'O Day
Operation "Switchback"
Moonlight shadow
B17 Rose 'O Day
 

Er hangt een dikke nevel boven de Noordzee als Rose O’ Day met piloot Ralph Felton en copiloot, de 26 jarige Harold Kious, samen met 60 kisten al vroeg Bassingbourne, van de 91e heavy Bombardment Group, waar de drie groepen te weten 303 305 en 306 gestationeerd, zijn Engeland verlaten. In verband met de bewolking is een alternatief doel de scheepswerf Wilton Feijenoord, maar het weer klaart op en het oorspronkelijke doel, een rangeerterrein in Hamm, Duitsland wordt aangevallen.-

4 maart 1943 een formatie B-17 bommenwerpers keert terug van een bombardement op het grootste rangeerterrein Hamm in Duitsland. De van vliegveld Leeuwarden vertrokken 8 FW-190’s zwermen om de Flying Fortresses heen. 4 B-17 achterblijvers storten kort na elkaar ter aarde. Het zeewater is ijskoud. De veerboot “ Dokter Wagemaker” van de TESO vaart op dat moment bijna de haven van Oudeschild binnen. Het is oorlogstijd, de boot staat onder Duits toezicht.

B-17 F 41-24512, Rose O' Day stort om 11.34 uur op korte afstand van Texel in de Waddenzee.

22 November 1985, leden van de duikersvereniging “Phileas Fogg” vinden 2.5 km. ten oosten van Oudeschild op de Waddenzeevisser Alfons Boom, aangeven plaats, waar hij al een paar keer met zijn netten vast heeft gezeten aan onbekende voorwerpen op de zeebodem, de resten van een bommenwerper.

Duikers, Eelman, Betsema en Westerlaken weten vier propellers en twee motoren te bergen. Gaat het om Rose O' Day?

Ooggetuigen verklaren dat het wel degelijk Rose O’ Day moet zijn. Zij hebben het neerstorten met eigen ogen waargenomen. Ook zagen zij parachutes. Nummers op de geborgen onderdelen moeten uitsluitsel geven.

Tegen de orders van de Duitsers in strijkt de Dokter Wagemaker een sloep. Kapitein Piet Vlas vroeg vrijwilligers, hij wijst de Duitsers die ons dwingt om te keren, de deur! De kist is dan al verschillende malen aangevallen en in nood. Boven de Afsluitdijk moet hij het onderspit delven. 6 parachutes verlaten de B-17. Met huilende motoren, de prop’s draaien over hun toeren, stort neerwaarts. Het eens zo sierlijke, stoere toestel met plaats voor 10 bemanningsleden, explodeert vlak boven het wateroppervlak.-

Het was September 1942 toen Harold in Engeland aankwam. Dit was z’n 8e missie.

Harold haalde zijn “wings” in Lubbock, Texas. Hierna werd hij aan de 91st heavy Bombardment Group toegevoegd. Na twee maanden training ging hij per schip, de Queen Mary, naar Engeland. De 91e HBG was gestationeerd op Bassingbourne, bij Cambridge. Missies starten November 1942.

Na eerst in Frankrijk spoorwegen en duikbootbasis te hebben gebombardeerd, kwamen doelen in Duitsland. Willemshaven, Bremen, Hamburg en Hamm.

De kist was alle 7 vluchten door de Duitsers geraakt, bij een van de vluchten trok de piloot –5 en +4 G om de Duitse jager te ontwijken.

De rechtervleugel vertoonde een grote gerimpelde bult, dat betekende flinke schade aan de vleugelconstructie. Door brandstofgebrek van de vijand, ontsnapten we als laatste kist.

Op een andere vlucht werden we getroffen door een voltreffer van een 88 anti-aircraft kanon. De granaat ontplofte echter niet! Twee perfecte ronde gaten in de romp waren bewijs van een “narrow escape”.

4 Maart 1943 zou anders uitpakken.

4 groepen samen bijna 60 B-17 bommenwerpers zijn op weg naar een spoorweg-rangeerterrein in Hamm. Het weer was slecht en er was geen zicht op onze vlieghoogte.

De leider van de formatie vloog op instrumenten. We konden de anderen niet zien. Ergens boven Nederland kwam de order om Hamm te schrappen en naar het secondaire doel te vliegen. Een emplacement van de Duitsers in Rotterdam. Het commando werd door twee groepen niet gehoord, één er van ging terug zonder zijn bommen te hebben gedropt op een doel. Het 91e vloog door richting Hamm. Toen het weer opklaarde waren de 15 kisten van de 91e ergens boven Friesland, alleen en zonder de dekking en vuurkracht van de andere boxformaties.

Tijd om daar over na te denken is er niet, al snel zijn daar de Duitse FW-190 en ME 110 jagers. Opeens schreeuwde één van de jongens dat we in een baan van een andere B-17 driften. Ik kijk naar buiten en zie door het raam de B-17 levensgroot en dreigend dichtbij. De piloot Lt. Ralph Felton maakt met een heftige beweging van de kist een einde aan deze benarde positie. De kist kraakt, er rollen wat spullen over de grond. Ik word bijna uit de stoel gerukt zo plots is de actie. Ik voel mij bijna luchtziek worden. We vervolgen onze koers, in een andere positie in de groep, richting doel. De bomb-run is precies en we dropten, de bommen direct op het doel en draaiden huiswaarts. Hevig anti aircraft vuur en jagers vonden we op onze weg.Plotseling hoorden we een explosie, een directe inslag en olie spuit uit onze nummer twee motor. De onmiddellijke actie is om deze motor te stoppen en de propeller in vaanstand te zetten. Maar omdat de oliedruk goed blijft, wachten we met deze procedure. Dan, binnen enkele seconden, valt de druk compleet weg en onze poging om alsnog de prop in vaanstand te zetten faalt. De prop gaat “windmillen” het toerental loopt op en we verliezen snelheid.

We vallen terug in de formatie en als “ Stragler” zijn we een makkelijke prooi voor de Duitse jagers. De aanval is gewelddadig en motor nr. drie vliegt in brand door vijandelijk machinegeweervuur.

Ralph besluit dat de situatie vliegen naar Engeland niet toelaat en geeft de order tot springen. Ik geef dit door via de intercom.

Ik overhandig de piloot, die probeert de kist op koers te houden, zijn chute uit de navigatorsruimte en neem nog een diepe teug zuurstof. Ik probeer naar achter te komen, we hadden dit al zo vaak op de grond geoefend, maar nu met rook en een chut-pack om is het niet gemakkelijk.

Ik kon mij niet bewegen omdat de kist in een tolvlucht geraakt was, door de middelpuntvliegende kracht was gecontroleerd bewegen onmogelijk. Met het chut-pack aan probeerde ik langs het bommenrek te komen.

Ik werd door de centrifugaal kracht tegen de vloer aangesmeten. Ondanks alle inspanning kon ik mijzelf tegen deze kracht niet oprichten. Ik hoorde de constante inslagen van kogels die onze kist raakten. Ik besloot met alle kracht mijzelf in het bommenluik te laten vallen, hierdoor moet ik ontsnapt zijn aan het neerstortende toestel.

Ik gleed langs de onderzijde van de kist en zag de buikkoepel, met zijn lopen doelloos gericht. Ik plaatste mijn voet op de koepel en zette mij af.

Opeens was het erg stil en omdat we van grote hoogte sprongen telde ik zoals ik geleerd had, ik herhaalde dit nog een keer alvorens ik besloot aan het koord te trekken. De schok maakte een pijnlijk einde aan de vrije val.

In de verte het geluid van vliegtuigmotoren verder was het betrekkelijk stil. Ik zag vier parachutes ver onder mij en zag dat dit boven water was. Toen zag ik een klein eiland. Kleiner dan een postzegel. Toen hoorde ik een zwaar motor geluid en zag een jachtvliegtuig recht op mij afkomen.

Ik trok aan de koorden in een poging de Duitse jager te ontwijken. De piloot genoot echter van zijn overwinning en “wiggled” zijn vleugels en vloog toen uit zicht. Ik concentreerde mijn aandacht op het eilandje. Naarmate ik hoogte verloor begreep ik dat ik in het water zou geraken.

Om verdrinking te voorkomen, besloot ik alvast één van de bindingen los te maken zodat als ik het water zou raken snel de tweede kon lossen, om niet met de chute te verdrinken.

Dat deed ik dan ook, echter er stond een 15 knopen wind en deze blies mij richting het eiland. Echter de kracht ontbrak om de bindingen vast te houden en de parachute ging er alleen vandoor richting het mooie eilandje.

Ik probeerde te zwemmen, maar de kou benam mij alle kracht, ik zag verschillende mensen lopen op de dijk. Zij leken slechts enkele centimeters groot. Ik voelde mij wegzakken en het werd donker. Ik wist dat ik spoedig zou bezwijken en dwong mij om rustig te zijn en ging op mijn rug liggen om krachten te sparen. Twee maal verloor ik het bewustzijn. Toen spoelde een golf over mij heen. Ik zag nog een zeemeeuw over mij vliegen, als een beschermengel, daarna was er niets meer.

laat maar verzuipen”

-Krijnen, v. Boekel en Willem Griek roeien om het hardst, de Duitser riep “laat maar verzuipen, het zijn terreurvliegers” maar het drietal trotseert de golven en de Duitsers.

Van de vier nog in het vliegtuig overgebleven bemanning, piloot Felton, navigator Toole, bombardier Hylton en rugkoepelschutter Traverso wordt nooit meer iets gevonden.

Radio-operator Robert Paul en zijluikschutter Griffin komen lopend achter de Oost bij de boerderij van de Fam. Dijker, waar ze liefderijk worden ontvangen. De toevallig aanwezige Jo Roeper, commies, spreekt wat Engels. De twee vragen naar de Friese meren, dit omdat ze wilden vluchten, er was hun geleerd dat dit een ontsnappingroute was.

Bij Nieuweschild worden buikkoepel-schutter Larson en zijluikschutter Bliven levenloos op de dijk getrokken. Voor het leven van staartschutter Burnett vechten Dr. Renout en diverse Oostenders, hij werd staande in de deur van de bommenwerper nog door vijandelijk vuur getroffen.

Het water is 5.3 graden, omstreeks 11.30 uur, als de sloep met Kees Boekel, Willem Griek en Kees Krijnen en een Duitse soldaat één van de bemanningsleden half bewusteloos en in shocktoestand uit het water van de Waddenzee redden.-

Ongeveer drie uur later word ik wakker. Een Duitse soldaat staat op wacht naast het hok. Ik moet overgeven. Een partij zeewater golft uit mijn maag. De soldaat vertelt dat een veerboot mij heeft opgepikt. Ik denk dat Duitse soldaten mij hebben opgepikt. Ik haal mijn schouders op “c; est le guerre”. Het was een korte periode van drie uur, maar ik herinner mij er niets van. Ik was zwak en nog geschokt van de plotselinge parachutesprong.

Oudeschilt 1987

Een ontroerend weerzien was het zondag 14 Juni 1987 op de haven van Oudeschild. De 69 jarige Harold Kious uit Alberquerqeu, New Mexico schudde de handen van Cor van Boekel en Willem Griek die hem in maart ’43 met de inmiddels overleden Kees Krijnen uit het koude water van de Waddenzee visten.

Toen het drietal de drenkeling aan boord van de sloep trokken, krabde hij het vel van de handen van Kees Krijnen, zo krampachtig klampte hij zich aan zijn redders vast.

Naast het drietal redders was er ook een Duitse soldaat aan boord om toezicht te houden. Zijn taak was tevens het stopgat van de sloep met zijn zakdoek dicht houden. De Duitsers hadden de stoppen er uit gehaald om te voorkomen dat de sloep gestreken kon worden. De soldaat is door de kou het al gauw zat en het water stroomt de sloep binnen.

Het noodfluitje van het zwemvest van Harold, geschonken aan van Boekel, moest hij dan ook eenmaal aan wal weer aan de Duitsers inleveren. Kees van Krijnen, werd als leider van de groep beschouwd en door de Duitsers naar de Commandant gebracht.

Door de tussenkomst van de toenmalige TESO directeur van der Vlies, die de commandant van de vroegere grote vaart kende, liep dit met een sisser af. Zonder zijn hulp had het slecht kunnen aflopen met Krijnen.

Eenmaal aan wal wordt de Amerikaan op een handkar van de visafslag voortgeduwd en omringt door de toegestroomde eilanders naar het Stoombootkoffiehuis gereden.

Op sokken en met de verzoolde klompen in de hand snelden de bewoners omstreeks 12.00 uur naar het TESO gebouw, waar de bewusteloze copiloot werd binnen gedragen.

Dit was tevens een Duitse Commandopost. S’middags, de kinderen kwamen net uit school kijken naar wat er ging gebeuren. De Amerikaan, geheel overstuur en hevig tegenspartelend, werd ruw in een overvalwagen afgevoerd. Als een dolle man ging hij tekeer, nog steeds in een schemertoestand verkerend. Voor Harold was de oorlog over. Van de tien man aan boord van de kist hadden slechts drie het overleefd. Vier zijn met het toestel omgekomen. Een werd door kogels getroffen net toen hij het toestel verliet. Twee zijn er verdronken.

Jaap Bakker, was 13 jaar, toen hij dit als schooljongen aanschouwde. Nu, als amateur historicus heeft hij alles in het werk gesteld om, na het vinden van de bommenwerper, de bemanning op te sporen.

In het maritiem museum te Oudeschild proberen zij de feiten op een rij te krijgen. Van de overige Amerikanen, zij waren naar het Duitse hoofdkwartier in Den Burg overgebracht, is niets meer vernomen.

Eindelijk November ’86, het lukt Jaap Bakker, met de hulp van Willem Bakker Harold Kious is gevonden en verkeerd in goede gezondheid. Hij is opgewonden als hij het verhaal van zijn reddingsoperatie hoort. Hij herinnerde zich niets meer. Nadat hij is opgeknapt is hij door de Duitsers naar Frankfurt am Main vervoerd en na tien dagen naar krijgsgevangenenkamp in Polen gebracht.

Harold verdween samen met de twee bemanningsleden in een P.O.W. kamp. Het was in Stalag Luft III waar de grootste ontsnapping door een tunnel plaats vond. Origineel was het plan er 200 gevangen te laten ontsnappen, maar slechts 80 vonden er een uitweg. 73 zijn er in enkele dagen opnieuw gevangen gezet.

Drie, waaronder de Nederlander Bram van der Stok gelukten het naar Engeland te vluchten

Op 8 mei werden de P.O.W. bevrijd.

De copiloot is na de bevrijding gaan studeren en is nu effectenmakelaar en leeft in Alberquerqeu. Harold heeft altijd gedacht dat de Duitser hem hadden gered, tot het lot hem met Jaap Bakker verbond. Reeds in 1981 heeft Harold Stalag luft III bezocht.

Dit kamp was speciaal opgezet voor geallieerden officieren, bekend van de film The ,,Great Escape’’, ligt tegenwoordig in Polen.

Toen hij hoorde dat de Texelaren de Duitsers hadden getrotseerd om hem te redden, besloot hij onmiddellijk naar Texel te komen. Te meer ook omdat twee van zijn redders, Griek en van Boekel, nog leefden. We spreken over Juni 1987. Zaterdag 13 Juni, op de TESO veerboot wappert de Stars en Stripes de stoomfluit loeit.

Het enigste wat Harold zich herinnerd uit die periode is, dat hij wakker werd in een soort hok met een Duitse soldaat ernaast. 44 jaar later ontvangt hij een TESO reddingboei met de data uit handen van zijn redders.

Samen met zijn vrouw Maggy bezoekt hij nog regelmatig Texel, dit jaar mocht ik hem ontmoeten.


Juli 2002


Bij Fort Veldhuis, in Heemskerk aangekomen word ik hartelijk ontvangen door Johan Graas. Motivator en voorzitter van een groep vrijwilligers die zich bezighouden met vastleggen van de historie van de luchtoorlog boven Nederland. Zij brengen de neergestorte vliegtuigen in kaart en waar mogelijk bergen zij brokstukken van de kisten. Het uitpluizen van de feiten kost veel tijd, maar wanneer op een dag als vandaag een Amerikaan op bezoek komt die dankzij deze groep van de werkelijke toedracht op de hoogte gebracht is, geeft dat een boost die je de kracht geeft om weer volle kracht aan de volgende klus te beginnen.

Ik heb een afspraak met Harold Kious. Voor de eerste keer in het Fort ben ik direct onder de indruk van de hoeveelheid informatie bij de onderdelen. Een compleet beeld kun je vormen. Je moet er de tijd voor nemen om alles tot je door te laten dringen. Fort bij Veldhuis maakt onderdeel uit van de voormalige Stelling van Amsterdam, de kringstelling van permanente verdedigingsbouw rond de hoofdstad, die tevens gold als Nationaal Reduit en werd aangelegd tussen 1880 en 1920 daaor whet Departement van Oorlog. Wat mij opvalt is de accuratie waarmee het plaatje in beeld wordt gebracht. Harold laat nog even op zich wachten, zodat ik voldoende tijd in het museum kan doorbrengen. Na een kop koffie in de kantine laat Johan mij los op de vele kamers die het museum telt. Ik heb in Engeland al vaker musea als deze bezocht, maar zij kunnen trots zijn op wat hier gepresteerd is. Vol trots laat Johan de nieuwe presentatieruimte zien. Ze zoeken nog een goede CD speler en diaprojector, kunt u helpen? .

In de documentatieruimte zijn veel boeken te koop, Rob is zeer trots op de vitrine met de scripts van Ab Jansen. Hij kan er honderduit over vertellen. Ik ken de boeken, Sporen aan de hemel en zou ook de auteur graag een keer ontmoeten. Als welkom heb ik mijn Jeep als vlaggenmast voor de Amerikaanse vlag meegenomen, een model van de B-17 maakt het geheel compleet. (dit model heeft radiografisch echt gevlogen)

Om 2 uur komen Harold en zijn vrouw Maggy, een emotioneel weerzien. Van Johan ontvangt hij een mooi boek met Pin-ups, nose-art, bijna Playboy plaatjes, maar dan bedekt. Hij is er zeer van onder de indruk.

Tijdens de rondleiding, staat hij even stil bij de brokstukken van “Rose O day”.

Emotioneel vertelt hij over zijn ontsnapping uit het toestel. Bij de hoofdligger van de vleugel gekomen:- Ik kon mij niet bewegen omdat de kist in een tolvlucht geraakt was, door tijdens de val herinnert Harold zich nog de kleine figuurtjes aan de wal te hebben gezien.

Ik krijg kippenvel tijdens zijn relaas. Veel te snel moeten wij alweer afscheid nemen van het museum, maar ik kom zeker nog een keer terug.

Langs deze weg spreek ik mijn waardering uit voor alle medewerkers, vrijwilligers en sponsors van Fort Veldhuis, jongens blijf doorgaan met dit geweldige werk!



Het museum is te vinden

Genieweg 1

1967 PS Heemskerk

www.arg1940-1945.nl